Let op: om deze website goed te kunnen gebruiken is het noodzakelijk om Cookies aan te zetten. Meer informatie...
  • Vanaf 0 gratis verzending binnen Nederland
  • |
  • Het ruimste assortiment spirituele en religieuze boeken van Nederland
  • |
  • Veilig betalen en bezorgen
  • |
  • De beste prijs en service op alle artikelen
  • |

Geen toekomst zonder kleine goedheid

Naar genereus samenleven in verantwoordel¬ijkheid vanuit Emmanuel Levinas

Burggraeve, Roger

Prijs: € 21,95
Voorraad#stock_type# onbekend

Delen:
(1 beoordeling)
EAN : 9789085285595
Auteur(s) : Burggraeve, Roger
Taal : Nederlands
Onderwerp : Geloofsopbouw
Uitgever : Vrije Uitgevers, De
Verschenen : April 2020
Druk : 1
Uitvoering : Paperback
Conditie : Nieuw
Pagina's : 280
Afmetingen : 238 x 148 x 27 mm
Gewicht : 632 gram

Zijn mensen wolven voor elkaar of elkaars hoeders? Kiezen we voor een samenleving gebaseerd op egoïsme of op genereuze verantwoordel¬ijkheid? Het ethisch appel van het kwetsbare gelaat van de ander uit het denken van Emmanuel Levinas vormt voor Roger Burggraeve de toetssteen in zijn zoeken naar de grondslagen voor humaan samenleven.

Als uitdrukking van ethisch individualisme is de kleine goedheid een breekijzer die elk sociaal, economisch en politiek systeem openbreekt. Tevens opent ze¬ een nieuw perspectief op de toekomst: 'Ze wint nooit, maar wordt ook nooit overwonnen.' Zo is ze de vonk van de Oneindige in het eindige!

Dr. Roger Burggraeve (1942) is Levinas-kenner en emeritus hoogleraar moraalfilosofie aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven.

Velden met een * zijn verplicht
Kleine goedheid in grote woorden
Recensie door: Dr. Heleen Torringa

Emeritus professor aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen Roger Burggraeve schreef het boek 'Geen toekomst zonder kleine goedheid. Naar genereus samenleven in verantwoordelijkheid vanuit Emmanuel Levinas' (2020). Met zorgvuldige aandacht en bewondering voor zijn leermeester Levinas, neemt Burggraeve de lezer mee in zijn hoofdboodschap. Die lijkt te zijn dat kleine goedheid alleen begrepen kan worden als we oog hebben voor het contrast waarin ze opduikt. Kortweg komt dat contrast neer op ellende in het menselijk bestaan. Maar zijn de grote woorden van Levinas en de hoeveelheid woorden waarmee Burggraeve dat contrast beschrijft, echt nodig om de kleine goedheid zinvol ter sprake te brengen? Geen boek over kleine goedheid op zichVoor Roger Burggraeve werd duidelijk dat zijn boek geen boek kon worden met enkel verhalen van kleine goedheid, zoals hij dat zelf beschrijft in de inleiding. “Anders riskeerde deze herleid te worden tot een vorm van 'lollige liefde' en altruïstisch sentimentalisme” (p. 7). “[H]umaan samenleven is een complexe realiteit met (…) allerlei valkuilen en uitdagingen die niet in een vlaag van bevlogenheid, noch in een 'vrome' of 'altruïstische' handomdraai zijn op te lossen” (p. 173). Om het risico van “goedkoop altruïsme”, zoals Burggraeve het ook omschrijft, te vermijden mocht het boek geen boek over kleine goedheid op zich worden, aldus Burggraeve. “Het moest een boek worden met een bredere visie op humaan - of humaner - samenleven, waarin de kleine goedheid haar juiste plaats zou krijgen” (p. 7). Met deze woorden rechtvaardigt Burggraeve zijn keuze om (bijna) alleen in het laatste hoofdstuk expliciet te schrijven over “kleine goedheid”. Daar gaan ongeveer 250 pagina's over 'samenleven in verantwoordelijkheid' aan vooraf. En dát in de grote woorden die het werk van Levinas, en andere denkers in de fenomenologische traditie, kenmerken. Tijdens het lezen van dit boek heb ik mij afgevraagd of ik deze benadering van een boek over kleine goedheid begreep. Situering van kleine goedheidWat kenmerkt mensen en de verhouding die ze met zichzelf, elkaar en de wereld hebben? In ongeveer 250 pagina's beschrijft Burggraeve een visie op samenleven die is geïnspireerd op het werk van Emmanuel Levinas (1906-1995). Het volgende citaat laat iets zien van de diepgaande visie op mens en wereld die daarin naar voren komt. “[A]lle menselijke verhoudingen kunnen onderhevig zijn aan geweld, agressie, chantage, machtsmisbruik en uitbuiting” (p. 133). De mogelijkheden om in harmonie en verantwoordelijkheid met elkaar om te gaan worden ook beschreven. Dat maakt de visie diepgaand en confronterend. De dubbelzinnige aard van mensen maakt dat een ethische verhouding tot de ander begint met het besef dat geweld reëel mogelijk én verboden is (p. 133). Met een “ethisch verbod op geweld” doelt Levinas in de uitleg van Burggraeve op de vrees om een ander naar het leven te staan. Geen extern opgelegde vrees, want Levinas geloofde dat morele waarden niet bedacht zijn of het gevolg van wetmatigheden, maar een gegeven zijn van de menselijke ervaring. Dit is één van de fenomenologische kenmerken van Levinas' werk.In het spoor van Levinas concludeert Burggraeve dat er “nood is aan transcendentie” (p. 224). In moreel opzicht is er een overschrijding nodig van “elke gestalte van het socio-politiek goede”. Dit zonder te ontkennen dat socio-politieke instellingen ondersteunend kunnen zijn voor een humane samenleving. Maar door het gevaar van ideologie en machtsmisbruik in de samenleving, zijn er individuele gewetens nodig. Individuele gewetens die “niet alleen van buitenaf, maar ook van binnenuit de organisatie, het systeem, de structuur of instelling kritisch gaan bevragen of in vraag stellen (p. 224). Levinas noemt dit de noodzaak van het “ethisch individualisme” (p. 224). De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, waardoor ook de Joodse Levinas werd getroffen, vormen de achtergrond van dit geloof in tegenwicht aan groepsdenken.Burggraeves redenering ben ik gaan begrijpen. Als Burggraeve minimale aandacht had besteed aan deze allesbehalve naïeve duiding van de mens en zijn wereld, dan zou de lezer “kleine goedheid” kunnen opvatten als sentimenteel cadeautje van de één voor de ander. Maar de 250 pagina's die hier ongeveer aan besteed worden gaan mijns inziens ten koste van de aandacht voor het kernbegrip in dit boek: kleine goedheid.Kleine goedheidVanaf pagina 251, dan komt het. Het laatste hoofdstuk met als titel 'Onoverwinnelijke kleine goedheid (zonder triomf)'. Wat overschrijdt socio-politieke ordeningen? Antwoord: kleine goedheid (la petite bonté). Burggraeve worstelt met de beschrijving van dit begrip. Hij beseft dat “elke beschrijving eraan tekort doet door te weinig of te veel te zeggen” (p. 253). De lezer moet gissen, maar hij lijkt aan te geven dat zijn moeite voortkomt uit het gevaar dat een 'ideologisch vertoog' over kleine goedheid die kleinheid kan vernietigen (p. 253). Het begrip “kleine goedheid” ontleent Levinas aan de roman Leven en Lot van Vasili Grossman. Een personage uit deze roman verdedigt dat “het goede niet schuilt in de natuur, niet in de preken van geloofsleiders en profeten, niet in de doctrines van grote sociologen en volksleiders, niet in de ethica van filosofen, maar in de liefde en het medelijden die gewone mensen in hun hart dragen voor alle leven” (p. 253). Deze gewone mensen “brengen een verloren pit terug onder de mensen én in socio-politieke (sub)systemen”. Deze pit was “uit de schijn-heilige schillen van het gewelddadig georganiseerde goede weggevallen” (p. 253). Levinas omschrijft kleine goedheid als de alledaagse menselijke goedheid. In ieder mens zit een verlangen naar goedheid die smeult als vuur onder de as. Voorbeelden die genoemd worden van kleine goedheid zijn: “een oude vrouw die een krijgsgevangene een stuk brood brengt, de goedheid van een soldaat die een gewonde vijand uit zijn veldfles laat drinken, de goedheid van de jeugd die medelijden toont voor de ouderdom, de goedheid van een boer die een oude Jood op zijn hooizolder verstopt” (p. 253). In deze voorbeelden vertoont kleine goedheid “haar betekenis en kracht in een context van bedreiging, geweld en verschrikking” (p. 255).Burggraeve wijst voorts op twee aspecten van kleine goedheid. 1. ze is asymmetrisch in de zin dat het om goedheid gaat, zonder te verwachten dat de ander haar beloont. 2. ze is klein in de zin dat het een 'ethiek zonder systeem' is. Ze verheft zich boven welk systeem dan ook. Sterker nog, het is haar roeping om vooral het socio-politieke systeem te overschrijden (p. 255).Het tweede aspect (ethiek zonder systeem) maakt dat Burggraeve concludeert dat kleine goedheid daarom nooit tot een ideologie, theorie of gedachtenconstruct kan worden verheven (p. 256). “Ze moet eigenlijk onder de radar blijven van elke argumentatie… wat ook het filosofisch discours erover verdacht lijkt te maken. Ondanks het besef dat ze niet kan doodgezwegen worden, moet het ongemakkelijke besef blijven dat dit spreken tot 'overtuigingsrede' kan degenereren. Alleen zo kan de tegelijk bescheiden en 'daad-werkelijke' kracht van de kleine goedheid behouden blijven” (p. 256). Burggraeve beschouwt kleine goedheid als hefboom in het socio-politieke. Kleine goedheid verschijnt als een “geruisloze hefboom in het grote, soms oorverdovende gedruis van een sociaal, economisch, politiek (sub)regime” (p. 259).Iets minder grote woorden graagDit boek heeft een zeer inspirerende inhoud voor iedereen die in ethiek is geïnteresseerd. Het appèl aan individuele gewetens die systemen kritisch bevragen, herinnert aan de gevaren van groepsdenken. Het licht dat Burggraeve schijnt op kleine goedheid schittert als een parel in de zon. Ik denk dat Burggraeve de lezer met meer woorden over kleine goedheid beter zou kunnen uitnodigen tot het zien van kleine, goede handelingen die in nare omgevingen kunnen opduiken. Middels een dichtgetimmerde theorie? Nee, dat zou inderdaad innerlijk tegenstrijdig zijn. Maar wel met meer voorbeelden, verhalen en metaforen. Burggraeve kan dat, getuige sommige passages in het boek. En met iets minder grote woorden graag, aangezien concreetheid kleine goedheid kenmerkt. Kleine goedheid vraagt juist om voorbeelden die door het particuliere karakter geen ideologisch gevaar kán vormen.